Je moet nog zoveel doen maar er komt niets uit je handen

Daar zit je dan…. uitgeblust staar je naar buiten. Je puberzoon heeft zijn kamer weer niet opgeruimd en is er vandoor. Je man moest nodig de auto wassen en doet daar, zoals gewoonlijk de hele dag over. Je dochter is spelen bij een vriendinnetje. En jij? jij zit alleen aan je gezellige keukentafel voor je uit te staren. Je moet nog zoveel doen maar het komt niet uit je handen.

Je aait de kat nog een keer, drukt nog maar een keer op de knop van je koffiemachine en pakt je laptop. Zoveel mail om te beantwoorden, plannen maken, presentaties voorbereiden en die belangrijke deadline komt ook steeds dichter bij. Veel te druk zoals altijd. Je weet gewoon niet waar te beginnen!  

 

Dat onbestendige gevoel, wat is dat toch?

De koffie ruikt lekker! De kat springt op tafel en ligt tevreden spinnend bij je. “Oké nu ga ik even knallen!” Je vingers glijden over de toetsen maar pfffff daar komt dat onbestendige gevoel weer…. wat is dat toch? Waar komt dat toch vandaan?

Je voelt je ineens moe in inspiratieloos. Je zucht en laat je hoofd moedeloos in je handen vallen. Je kan wel janken! Je overdenkt je leven. Je bent de 45 gepasseerd en de spiegel laat je een goed verzorgde zakenvrouw zien. Maar de jeugdigheid is er toch wel vanaf en ook de lichtjes in je ogen lijken te doven.

Je hebt een goede baan, je hebt keihard gewerkt om zover te komen. Je hebt soms spijt dat je niet meer tijd hebt besteed aan de kinderen, ook dat knaagt nu. Je werk slokt je op, als manager ben je verantwoordelijk voor je afdeling. Er wordt verwacht dat je ook in het weekend doorwerkt, mail beantwoord en zorgt dat je deadlines haalt.

Je hebt steeds vaker gedachtes als: “is dit het nou?”. Je voelt aan je lijf dat dit niet langer zo door kan gaan. Je bent vaak uitgeput en moet nee zeggen tegen uitjes met je man, gezin of vriendinnen.

 

Je hebt het toch goed? Wat klaag je dan?

Je voelt een soort ontevredenheid maar kan het niet zo goed plaatsen. Je hebt het toch goed? Wat klaag je dan? Je wilde deze baan toch? Je hebt een mooi huis, bent nog steeds getrouwd met je maatje, je hebt lieve kinderen die begripvol zijn als je moet werken. De verloren tijd maak je goed met luxe cadeaus en vakanties. Niets te klagen zou je zeggen.

En toch… dat stemmetje van binnen gaat steeds harder praten, soms schreeuwen lijkt het wel. Zelfs met je handen over je oren hoor je precies wat dit stemmetje zegt. Dat stemmetje dat je waarschuwt voor je gezondheid, dat je jezelf niet langer weg moet cijferen en eens aan jezelf moet gaan denken.

Dat stemmetje zegt: “doe je nou eindelijk wat je wil doen?” “ben je echt blij met je drukke baan waardoor je weinig tijd over hebt voor jezelf?” Oké: Kom op! Je bent toch goed bezig met je gezondheid, leest over voeding, mediteert af en toe en als je tijd hebt doe je mee met de fitclub.

 

De keiharde waarheid

Je pakt nog een kop koffie en voelt ineens een soort vechtlust ontstaan… Waar komt dat ineens vandaan? Je las laatst een blog over de signalen van een burn-out en komt ineens tot de vreselijke ontdekking dat je hard op weg bent! Alsof iemand je een harde por geeft en keihard in je oor vraagt: “IS HET NU KLAAR?” OF GA JE TOCH NOG EVEN DOOR? Net zo lang tot je erbij neervalt en echt ernstige fysieke en mentale klachten krijgt?” En ineens dringt de keiharde waarheid tot je door! Je bent heel hard op weg om over het randje heen te donderen, en niet zo zachtjes ook!

 

Ik hoor je!

JA! roep je hardop! JAAAA ik ga naar je luisteren! Ik stop met deze waanzin en ga keuzes maken. Ik kies voor mezelf! Ik ga keuzes maken wat ik wel en niet meer wil. Ik ga mijn agenda anders indelen. Ik ga staan voor wie ik ben en me niet meer laten leiden door anderen. Oehh dit voelt goed! “Dank je stemmetje van binnen, dank je voor het fluisteren, praten, roepen en schreeuwen. Het is 5 voor 12 maar ik hoor je!  Het is tijd dat ik weer ga doen wat ik wil en ben wie ik wil zijn!”

Je pakt je laptop en schrijft je in voor die gave workshop “hoe herken en voorkom je een burn-out”. Die zag je wel vaker voorbij komen maar toen dacht je “ach… dat is niets voor mij, ik weet dat toch wel, mij overkomt dat niet!” 

 

Share This